Wat het deskundigenrapport écht zegt over Lelystad
In het raadsdebat over de regionale jeugdzorg verwijst raadslid Zegstroo van PVV naar het rapport van de Commissie van Deskundigen alsof Lelystad daarin “eigenlijk gelijk krijgt”. Die lezing klopt niet met de inhoud van het rapport.
De commissie constateert juist dat er op hoofdlijnen géén verschil in visie bestaat tussen de gemeenten. Alle gemeenten willen gezinnen zo vroeg mogelijk ondersteunen, de regie bij ouders houden en zware jeugdhulp beperken. Dat gedeelde uitgangspunt vormt de basis voor verdere samenwerking.
Tegelijkertijd benoemt de commissie duidelijke knelpunten in Lelystad. De samenwerking met Veilig Thuis is “ernstig verstoord”, partners weten niet wie binnen de gemeente aanspreekpunt is en de gemeente geeft in de praktijk een andere invulling aan wettelijke rollen in de jeugdbescherming dan bedoeld. Deze verstoringen veroorzaken druk in de regionale keten en belemmeren de noodzakelijke transformatie.
De aanbevelingen van de deskundigen richten zich dan ook niet op “gelijk geven”, maar op herstel van samenwerking, verduidelijking van verantwoordelijkheden en versterking van een gezamenlijke aanpak. Daarbij vraagt de commissie expliciet aan Lelystad om verbeteringen door te voeren, onder meer bij het organiseren van één aanspreekpunt en het herstellen van werkrelaties met ketenpartners.
Feiten zijn cruciaal in dit dossier. Alleen op basis van een realistische analyse kunnen we de jeugdzorg verbeteren, het vertrouwen herstellen en ervoor zorgen dat kinderen en gezinnen de juiste ondersteuning krijgen. Framing helpt daarbij niet, feitelijkheid wel.
Lees ons bericht over wat over Lelystad opvalt in het rapport van de deskundigencommissie.