13 mei diende het Kort Geding tussen de gemeente Lelystad (gedaagde) en de drie Gecertificeerde Instellingen (eisers Samen Veilig, William Schrikker Stichting en Leger des Heils). Mooi Lelystad was aanwezig bij deze zitting. Kern van het probleem zit ‘m vooral in de samenwerking, of beter gezegd het gebrek aan een goede samenwerking.
Partijen gaan de komende vier weken met elkaar in gesprek om er toch nog samen uit te komen. Over geschilpunten waar zij dan nog steeds niet uitkomen wordt alsnog een oordeel van de rechtbank gevraagd. Indien mogelijk vindt er geen mondelinge zitting meer over plaats.
De GI’s vinden dat de gemeente Lelystad jeugdhulpbepalingen niet nakomt en niet voortvarend reageert. De ingebrachte casussen door de eisers waren schokkend om te horen en daarmee was het begrijpelijk dat deze drie partijen de zaak aan de rechter voorlegden. Het proces met de gemeente om de juiste hulpverlening in te zetten verloopt stroperig, waarbij beschikkingen door de gemeente niet altijd worden verstrekt, terwijl het juist aan de GI’s is om de juiste jeugdhulp te bepalen. Al drie jaar worden hier overleggen op verschillende niveau’s over gevoerd, zonder dat er iets veranderde waardoor jeugdigen die aangewezen zijn op jeugdhulp hiervan de dupe zijn.
De gemeente hamert erop dat de GI’s wel met de gemeente móeten overleggen, maar dan nog blijft het de GI die bepaalt welke hulp het meest passend is. Naar voren is gebracht dat de gemeente vertrouwelijke informatie van kind en ouders die onder de AVG vallen opvraagt, komt de gemeente met een eigen (her)beoordeling en zit de contractmanager (die over de centen gaat) en niet een gedragswetenschapper van de gemeente bij het overleg aan tafel, dat steeds over een enkele individuele casus plaatsvindt. Dit alles onder het mom: “We kunnen als gemeente hulpverlening niet financieren die niet bijdraagt of beschadigt.” Zelfs de rechter vond hiervan dat dit niet alleen kritische vragen stellen is (door de gemeente), maar het ook consequenties heeft.
Eisers verwijzen naar de gemeente Almere als Good Practice waarbij er wekelijks alle zaken besproken worden waar overleg bij noodzakelijk is, dat wil zeggen bij niet ingekochte jeugdhulp. Lelystad beschouwt het echter al als niet ingekocht wanneer het aantal uren afwijkt van het zogeheten productenboek, waar alle ingekochte jeugdhulp in vermeld staat. Echter dit productenboek (met codes) wordt soms gewijzigd en is pas na lang aandringen aan de GI’s verstrekt. Er werd door de gemeente gewezen naar contractafspraken die zij heeft met de zorgaanbieders, maar dat zijn niet de GI’s.
Er werden meerdere voorbeelden van begeleide omgang gegeven waarbij er meer dan twee uur per week nodig is, om verschillende redenen, en dit door de gemeente zonder verdere onderbouwing werd afgewezen. Omdat er niet meer dan twee uur per week is ingekocht (inclusief voorbereiding, administratie, nabespreking en de omgang zelf), zou het dan maatwerk moeten worden. Ook werd er een voorbeeld aangehaald waarbij de gemeente vond dat er hulp die valt onder de regionale inkoop maar moest worden ingezet en niet de passende hulp vanuit de lokale inkoop. Of kreeg een moeder geen reiskosten vergoed om haar uit huis geplaatste drie maanden oude baby te bezoeken, terwijl er bij zowel moeder als baby sprake is van gezondheidsproblemen en het voor de hechting belangrijk is dat er contact blijft. Of moest een kleine maar in een buggy slapen terwijl er een bed nodig is. Enzovoort. Het lijkt ons sowieso niet meer in overeenstemming met de uitkomsten van het onderzoek door het Jonker Verwey Instituut dat in de vorige raadsperiode in opdracht van de gemeenteraad is uitgevoerd.
Als wethouder zeggen dat je gaat voor het belang van onze jeugdigen, zelfs drie keer zoveel geld wilt uitgeven als dat nodig is, maar geen verlenging wil financieren voor specialistische behandeling en niet eens reageert op de noodkreet van een meisje om behandeling mogelijk te maken nádat ze een suïcidepoging heeft gedaan, hoe serieus moeten we dan deze wethouder nemen in haar uitspraken!? Op één enkel geval na kwam de gemeente steeds met geen, minder of goedkopere hulpverlening. Om een lang verhaal plat te slaan, Lelystad hanteert als enige gemeente haar eigen regels en lijkt daarbij vooral financieel gedreven te zijn in de besluiten, waarbij er vertraging is door alsmaar informatie te blijven opvragen en de GI’s vleugellam worden gemaakt.
Een ander pijnlijk punt wat aan de orde gesteld werd is dat jeugdzorgwerkers onder het tuchtrecht vallen (en niet de contractmanager van de gemeente), ook als deze SKJ-geregistreerde jeugdzorgwerkers hulpverlening moeten geven die niet het meest passende is, maar wat de gemeente (financieel) het beste uitkomt.
Mooi Lelystad hoopt net als de rechter dat partijen er onderling nu wel uit gaan komen. Desalniettemin hebben wij grote zorgen over de handelswijze van wethouder Messelink, namens het college, op het gebied van jeugdzorg. Zeker als we nu kijken naar het uitvoeringsprogramma van het knoppenplan, waarbij onder meer de gemeente zelf wil bepalen wat effectieve interventies zijn, terwijl allang bij het Nederlands Jeugdinstituut is vastgelegd wat erkende interventies zijn.