Een van de instrumenten die de raad heeft is het stellen van mondelinge vragen. Dit is een groot goed. Des te vreemder is het dat raadsleden hier nu door de voorzitter van de raad in beknot worden, zich verschuilend achter een vermeende afspraak die in het fractievoorzittersoverleg gemaakt zou zijn. Om te beginnen is het fractievoorzittersoverleg een gremia dat niet bevoegd is om een dergelijk besluit te nemen. Daarbij heeft onze fractievoorzitter Roel Velstra gemeld het er niet mee eens te zijn, zoals meerdere fractievoorzitters dat overigens hebben gedaan. Het fractievoorzittersoverleg bespreekt bovendien alleen cultuur- en persoonlijke aangelegenheden en relevante zaken uit de portefeuille Openbare Veiligheid van de burgemeester voor zover deze niet kunnen worden besproken in de raadscommissies (artikel 3 Reglement van Orde). Er worden geen notulen van gemaakt.
Mooi Lelystad is het daarom niet eens met deze gang van zaken. Wij zullen dit dan ook juridisch laten onderzoeken of wat Mieke Baltus als voorzitter van de raad afgelopen dinsdag in de raadsvergadering hanteerde wel rechtmatig is. Onduidelijk is welke verordening de voorzitter ter vergadering bedoelde, vermoedelijk het (vergader)Reglement van Orde. Het komt op ons over alsof dit college zo min mogelijk mondelinge vragen van de raad rechtstreeks wenst te beantwoorden en het liever allemaal ambtelijk laat afdoen met een schriftelijk antwoord. We zien dit als een signaal van een zwak functionerend college. Waarom zou je anders mondelinge vragen en eventuele vervolgvragen niet rechtstreeks aan de raad willen beantwoorden.
Mooi Lelystad had inmiddels aan onze achterban de toezegging gedaan om mondelinge vragen te stellen over de nog steeds slechte bereikbaarheid van de dierenambulance. Daarnaast speelde de actualiteit over de kort gedingen over de jeugdhulp. Beide onderwerpen zijn voor onze fractie belangrijk. Er werd dus een onmogelijke keuze gevraagd om een onderwerp dan maar schriftelijk af te laten doen, dus zonder direct te kunnen reageren op het antwoord van het college, terwijl het college de beantwoording al wel had voorbereid.
De wijze waarop de raad door de voorzitter beknot wordt in het gebruik maken van onze instrumenten achten wij een zorgelijke ontwikkeling die democratisch gezien zeer onwenselijk en naar ons vermoeden onrechtmatig is. Wordt vervolgd…